Leestijd: ca. 3 minuten

Geld verdienen met web2.0‘Alle web2.0 websites hebben gefaald bij het aantonen van een verdienmodel’, dat is een uitspraak die je vaak hoort uit de mond van critici, geregeld voortbordurend op de visie van Andrew Keen (die ik morgen als ik me wat beter voel zal filmen tijdens zijn lecture in Tilburg). Keen beweerd dat het web2.0 vanuit een bedrijvenbril compleet mislukt is en dat niemand in staat lijkt geld te verdienen met zijn of haar tool. De consument betaald voor niks en is zeer prijsgevoelig.

Helaas waren de feiten het tot op heden vrijwel altijd eens met Keen. Grote succesvolle Social media (Web2.0) tools zoals YouTube, Facebook, Twitter en anderen draaien al jaren keihard miljoenen verlies en worden toch op miljarden aan waarde geschat. De omgekeerde wereld zou je denken, bijna net zo opportunistisch als het gedrag van de financiële wereld die de crisis heeft ingeleid.

Gelukkig lijkt er nu toch wat licht aan de horizon te zijn, aangezien steeds meer Web2.0 sites en dan met name Social networks bekend beginnen te maken dat ze winst draaien, ondanks de economische problemen. Een schoolvoorbeeld is het bedrijf Linkedin, dat met gestage doch gecontroleerde groei al twee jaar lang winst maakt. Linkedin is hiermee overigens wel een van de voorlopers. Ook Xing, de Duitse directe concurrent van Linkedin (in Nederland wat aan populariteit verloren) maakt dit jaar een nette winst, zo liet Marketingfacts weten in augustus.

De beide voorbeelden die ik zojuist aangehaald heb zijn echter zakelijke netwerksites, hetgeen toch nog altijd een verschil is met de zo vaak verguisde massale sociale netwerken als MySpace en Facebook. De situatie rondom MySpace is opvallend, aangezien dat bedrijf fors winst maakte afgelopen jaar, maar de strijd nu in rap tempo aan het verliezen is van Facebook, zo weet ook NRC te melden.

Het meeste interessante verhaal komt dan ook van Facebook. Dit sociale netwerk, in mijn ogen de partij die het beste op de toekomst inspeelt, komt inmiddels ook in de groene cijfers. Met ruim 300 miljoen leden is er eindelijk winst gedraaid, tegen veel verwachtingen in. Overigens draait ook het Nederlandse Hyves naar eigen zeggen al enkele jaren winst, al zijn deze cijfers geloof ik niet publiekelijk bekendgemaakt.

Al met al lijken de eerste stabiele Web2.0 bedrijven zich dus langzaam aan te dienen, hetgeen een boost zou kunnen betekenen voor de ontwikkeling van intenetverdienmodellen. Toch moeten we vooral niet vergeten kanttekeningen te plaatsen bij dit geheel en te benadrukken dat YouTube al jaren zware verliezen draait en Twitter nog nooit ook maar 1 dollar heeft opgeleverd. Bij Google zijn ze echter heel stellig betreffende YouTube: ‘Het hoeft nog absoluut geen winst te draaien’.

Over de auteur

Sjef is social media strateeg. Hij is Commercieel Directeur en DGA bij DailyDialogues en is oprichter van Bijgespijkerd.

één antwoord

  1. John Geerts

    Interesting. Twee belangrijke punten.

    1) Als je positief bent lukt (bijna) alles. (itt negativisme van Keen, maar dat schijnt qua praatje wel beter te verkopen)

    2) Winst of “Verdienen” is allemaal erg relatief. Als je een groot goedlopend netwerk als youtube hebt, is dat onbetaalbaar. Overigens lijkt het me als accountant erg moeilijk om kosten cq opbrengsten toe te rekenen naar een bepaalde activiteit/bedrijf. Wat genereert dan de inkomsten ? Zijn erg belangrijke inkomsten, zoals een groepsgevoel of hechte community wel in geld uit te drukken ? En wat zijn precies de kosten daarvan?. Hoe reken ik administratieve kosten toe naar een bepaalde activiteit, en waarom? Wat doe ik met belangrijke reclameopbrengsten die ik binnen heb gekregen zonder dat er een “etiket” youTube aanhangt?

    Winst en Verlies zijn nogal “politieke” begrippen die afhangen van de gedefinieerde voorwaarden.

    Het enige wat altijd al telt is hoeveel er in kas zit, wat er uit gaat, en wat er binnen komt.

    Beantwoorden

Laat een antwoord achter

Je e-mail adres wordt niet gepubliceerd.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.