Leestijd: ca. 6 minuten

In zijn openingswoord op het Nationaal Congres Onderwijs & Social Media op 31 mei wond Doekle Terpstra (@Doekle_Terpstra) er geen doekjes om: “Social media dienen ingebed te worden in de kernstrategie van iedere onderwijsinstelling”, “Het onderwijs móet aan de slag met nieuwe media, want de grootste impact moet nog komen.”, “Als we nu niet volgen, begrijpen we straks onze eigen studenten niet meer.” Een duidelijker toon had organisator Formedia met dit openingswoord niet kunnen zetten.

Terpstra deed er nog een schepje bovenop: “Het gebruik van social media vraagt om een andere opzet van communicatie- afdelingen.”  Olie op het social media vuurtje van de in de zaal aanwezige communicatieprofessionals, voor wie social media nog te vaak een taak is die ze er naast hun reguliere werkzaamheden ‘bij moeten doen’. Terpstra’s uitspraak werd dan ook vol enthousiasme op Twitter gedeeld. Een deelnemer uit een andere beroepsgroep plaatste de volgende reactie: “Het gaat hier toch over social media in het onderwijs??” Bam. Het grootste probleem samengevat in één tweet. 

Het nieuwe (samen)werken

De huidige maatschappij vraagt om een samenwerking van verschillende disciplines binnen een onderwijsinstelling, maar dat zijn veel organisaties niet gewend. Terpstra ziet het echter als de plicht van onderwijsinstellingen om een andere weg in te slaan. Online colleges beschikbaar stellen? Goed plan! Docenten en beleidsmakers die bang zijn voor lege collegezalen moeten anders leren denken: zijn volle collegezalen het doel? Nee, het vergroten van de kennis van de student, dáár gaat het om. Wil je de aansluiting met je studenten niet verliezen, dan zul je je voor een nieuwe manier van communiceren en lesgeven open moeten stellen. Dat heeft alleen maar voordelen, want: hoe gemotiveerder de student, hoe beter zijn studieresultaten. 

Niet vanzelfsprekend

Hard aan de slag met nieuwe technologieën dus. Het klinkt geweldig, maar in de praktijk is het niet zo vanzelfsprekend. Ik ken genoeg docenten die er echt niet om zitten te springen hun colleges online te zetten. Een zelfde soort drempel heerst ook onder old school communicatieadviseurs; ‘alles rondom internet’ is voor hen nog steeds een apart onderdeel binnen de afdeling. En dat terwijl online communicatie vandaag de dag tot het basispakket van iedere communicatieprofessional zou moeten behoren. Uiteraard met specialisten op bepaalde gebieden, waarvan social media er één is.

Mission impossible? 

Steven den Boer

Steven den Boer (@stevendenboer) is zo’n specialist. In zijn functie als Social Media Editor bij de Radboud Universiteit Nijmegen wordt hij betaald om 7 dagen per week social media platforms in de gaten te houden. Steven is goed bezig. Hij geeft niet alleen advies aan afdelingen die met studentenwerving bezig zijn, maar slaat de brug tussen verschillende onderdelen, is de spil in het hele proces. Hoe hij dat doet maakt hij duidelijk met een praktijkvoorbeeld. Achter de ondubbelzinnige tweet “Kut Radboud Universiteit” die hij ontdekte op Twitter bleek een student te zitten die kwaad was, omdat de studieadviseur niet opnam tijdens het telefonisch spreekuur. Steven nam contact op met de betreffende studieadviseur en zorgde ervoor dat de student werd teruggebeld. Luisteren, reageren, engageren: mission accomplished. Verder spreekt Steven meerdere keren per jaar met een scholierenpanel om op de hoogte te blijven van datgene wat hen bezighoudt. Want, zegt hij, als we onze scholieren niet begrijpen, hoe kunnen we ze dan op de juiste manier werven voor onze hogescholen en universiteiten?

Online reputatie

Tracy Playle

Dezelfde boodschap klinkt door in het verhaal van Tracy Playle (@picklejar). De eigenaar van Pickle Jar Communications vindt dat we niet te krampachtig moeten doen over social media; ze zijn niet meer dan een tool om je doelgroep te leren kennen, te luisteren naar wat ze over jouw organisatie vertellen en daarop in te kunnen spelen. En nee, jongeren kunnen niet in één klap de reputatie van je organisatie om zeep helpen met een heftige opmerking op Twitter. Dat kun je alleen maar zelf, als je er niet adequaat op reageert: “De enige manier om je online reputatie hoog te houden of te verbeteren is … door een goede organisatie te zijn.” Zo simpel is het. En wat doet een goede organisatie als hij merkt dat zijn klanten ontevreden zijn? Precies, vragen waarom en kijken of het op te lossen is. Dat is engagement. Niet alleen maar updates de wereld in sturen als je iets interessants over jezelf te vertellen hebt. Samengevat: ga niet voor de “transactional relationship” met je studenten, maar voor een  “relationship of relevance and content.”  

R U ready?

Wolter Mooi

Dat was voor mij de kernboodschap van het congres. Helaas ontbrak een plenaire discussie tussen de verschillende beroepsgroepen en is niet duidelijk of onderwijsinstellingen wel klaar zijn voor die bruggen tussen verschillende afdelingen. Het valt veel medewerkers namelijk nog erg zwaar om de toegevoegde waarde van tweets en Facebookberichten in te zien. Hoogleraar pathologie Wolter is een Mooi voorbeeld, maar voorlopig lijkt hij nog een uitzondering. Om nog maar te zwijgen over het idee dat studieadviseurs of beleidsmakers in hun werkzaamheden bewust rekening gaan houden met datgene wat er over hun instelling op Twitter wordt gezegd. 

Of heb ik het mis? Zeg jij het maar: zo’n Steven in je organisatie die jou gaat bellen over een klacht op Twitter, sta jíj daarvoor open?

Over de auteur

Evelyne Hermans werkt bij een communicatieafdeling van de Universiteit Utrecht, waar zij zich binnen het Webteam bezig houdt met social media en content management. Verder is zij: schrijver, webaddict, blogger, lezer slash e-reader, taalliefhebber en Prince-fan.

4 reacties

  1. Erika

    Helaas ontbrak een plenaire discussie tussen de verschillende beroepsgroepen…staat geschreven in de tekst.
    Wellicht zaten deze mensen daar niet op te wachten, want zeg nou zelf: dat kun je toch online op een forum doen?
    Kun je meteen multi-tasken en je personal taskforce aanspreken op hun targets die gehaald moeten worden (dit laatste is een dikke vette knipoog naar alle anglicismen die dit stuk rijk is).

    Beantwoorden
  2. Eef

    Hoi Erika,
    Wie bedoel je met ‘deze mensen’? En hoe weet je dat ‘ze’ niet op een discussie zaten te wachten? Was jij er zelf ook, en wat vond jij ervan? Daar ben ik wel nieuwsgierig naar. En dat meen ik oprecht, dus ik bedwing hier de neiging om een dikke vette knipoog te plaatsen naar de ironie die jouw reactie rijk is… 😉

    Beantwoorden
  3. Erika

    Hoi Eef,

    nee ik was er niet bij: ik las dit stuk alleen. Met “deze mensen” doelde ik op de verschillende beroepsgroepen en nee, ik weet niet of er behoefte was aan een plenaire discussie.
    Ik heb dit stukje reactie inderdaad erg ironisch bedoeld. Ik ben zelf een docent in het onderwijs aan moeilijk lerende kinderen en zie zeker voordelen van social media, maar ook gevaren. Gebruik het zelf wel. Dat ik, als docent, de leerling moet volgen vind ik wel belangrijk. JE openstellen voor adviezen van de leerling in deze is ook belangrijk.
    Maar meer dan ironie was er in mijn stukje niet bedoeld.

    Beantwoorden
  4. Eef

    Erika, fijn dat je er nog even op terugkomt. De vraag die nu open blijft is waar je ironie vandaan kwam. Lag dat puur aan de schrijfstijl? (de anglicismen komen enerzijds door het feit dat Tracy Playle haar presentatie in het Engels hield en ik haar woorden niet wilde vertalen, en anderzijds zijn ze een knipoog naar het Engels wat door jongeren vandaag de dag op social media wordt gebruikt). Of heeft de ironie te maken met het onderwerp zelf of het standpunt dat ik inneem?

    Beantwoorden

Laat een antwoord achter

Je e-mail adres wordt niet gepubliceerd.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.